Losar, het Tibetaans Nieuwjaar
Het jaar van het Vuurpaard staat symbool voor krachtige energie, passie, vrijheid, moed en actie, en nodigt uit tot het zetten van nieuwe stappen, avontuur en zelfexpressie. De focus ligt op vooruitgang, maar met de waarschuwing voor balans tussen impulsiviteit en reflectie.
Vuur brengt passie, enthousiasme, creativiteit en intensiteit. Het Paard staat voor vrijheid, beweging, leiderschap, enthousiasme en sociale verbinding. Deze combinatie brengt een jaar vol energie om dromen na te jagen, nieuwe projecten te starten, te reizen en doelen te bereiken met daadkracht. Het is een ideaal moment voor nieuwe avonturen, carrièrekansen en het doorbreken van oude patronen. De nadruk ligt op authentieke zelfexpressie en het leven met levenslust. Hoewel vol potentieel, is het belangrijk om de vurige energie te combineren met reflectie om chaos te voorkomen en spirituele groei te bevorderen.
Kortom het jaar van het Vuurpaard is een krachtig jaar van beweging, passie en grote mogelijkheden, maar vereist ook wijsheid om de energie in goede banen te leiden.
In Tibet duurden de festiviteiten die het begin van de maankalender markeerden, drie dagen en werden die voorafgegaan door verscheidene dagen van lange rituelen. In deze geest zullen de lama's in de week vóór de feestelijkheden de lange Mahakala-praktijk uitvoeren, die wij zullen kunnen bijwonen en die ons in staat zal stellen de negatieve aspecten van het voorbije jaar te elimineren en het nieuwe jaar zonder hindernissen te beginnen.
Het idee dat het nieuwe jaar begint met het loslaten van de negatieve aspecten van het voorbije jaar werd in concrete acties omgezet. In Tibet waren de Losar-vieringen de gelegenheid voor vele rituelen en tradities die deze vernieuwing belichamen. De kloosters organiseerden talrijke rituelen, gebeden, offerandes en religieuze voorstellingen zoals heilige dansen om gunstige omstandigheden voor het nieuwe jaar te scheppen. De leken hadden het druk met het vereffenen van schulden die ze in de loop van het jaar hadden aangegaan en met het bijleggen van conflicten. Het was ook een gelegenheid om de woonruimtes op te ruimen en nieuwe kleren aan te schaffen.
De dag begint al heel vroeg in de ochtend met de klanken van Gyalings. Het eerste ritueel is een eerbetoon aan de meesters. Tijdens dit ritueel krijgen we de gelegenheid om een rijstgerecht te proeven (een verwijzing naar de rijst die Sujata na zijn ascetische periode naar de Boeddha bracht). Halverwege de ochtend vindt het vuurritueel plaats voor het Boeddhabeeld, een offer aan de goden om hun gunst te verkrijgen.
Bij deze gelegenheid gooien we tsampa terwijl we “KI KI SO SO LHA GYAL LO” roepen, wat vertaald kan worden als "Moge de goden aan de kant van de deugd zegevieren". De rest van de dag zal zich ontvouwen in een feestelijke sfeer met muziek, fims en dans.